We zijn aangekomen bij de brieven van Johannes: 1 Johannes, 2 Johannes en 3 Johannes. Mooie, duidelijke, en zeer actuele brieven zijn het. Tegelijkertijd erg confronterend. Het gaat in de eerste hoofdstukken van 1 Johannes over gemeenschap met God en met Gods kinderen (1:3) . Daarbij stellen deze hoofdstukken zeggen en doen tegenover elkaar. Praten over het christelijke leven is gemakkelijk, maar God wil onze wandel. Daar gaan we het over hebben. Lees eerst 1 Johannes 1.
Het eerste hoofdstuk van 1 Johannes is een kort hoofdstuk van 10 verzen, maar het is ó zo mooi en heeft rijke inhoud. Om het overzichtelijk(er) te maken heb ik vandaag 3 punten:
- God wil dat we een levende gemeenschap met Hem hebben (vs. 1 t/m 3).
- God wil dat we gemeenschap hebben met blijdschap (vs. 4).
- God wil dat we oprecht zijn de in de gemeenschap (vs. 5 t/m 10).
De verzen 1 t/m 3 vertellen ons dat God wil dat we een levende gemeenschap met Hem en Zijn kinderen hebben. In Jezus Christus heeft Hij geopenbaard wat echt leven werkelijk is (vs. 2). Ook al kunnen we Jezus niet zien en aanraken, zoals Johannes dat wél kon, kan Hij toch levende werkelijkheid voor je zijn wanneer Zijn Heilige Geest het Woord opent aan je hart. Amen?
Johannes schrijft niet over een ‘normale’ gemeenschap, maar een gemeenschap met blijdschap (vs. 4). ‘Deze dingen schrijven wij u, opdat uw blijdschap volkomen wordt’. Het gaat hier over een gemeenschap van een kind met een ouder, geen gemeenschap van een slaaf met zijn meester. God heeft behagen in Zijn kinderen, in jou. Hij verlangt ernaar Zijn liefde met jou te delen. Dit zie je heel duidelijk in het bekende Johannes 14, waar de Heere Jezus zegt (vers 21): ‘Wie Mijn geboden heeft en die in acht neemt, die is het die Mij liefheeft, en wie Mij liefheeft, hem zal Mijn Vader liefhebben; en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren’. Een vraag aan jou: Doe jij de wil van God met blijdschap?
God wil ook dat we oprecht zijn in de gemeenschap (vs. 5 t/m 10). Zie vers 6: ‘Als wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben en wij toch in de duisternis wandelen, liegen wij en doen de waarheid niet’. We moeten oprecht zijn, wandelen in het licht en eerlijk afrekenen met de zonde! Je behoud is een zaak van leven of dood, maar gemeenschap is een zaak van licht of duisternis. Als je liegt tegen God, tegen anderen en tegen jezelf, dan zul je je gemeenschap met God én je karakter verliezen. We weten allemaal dat een godvruchtig karakter niet tot ontwikkeling komt in de duisternis. Wees daarom eerlijk, dien God met blijdschap, geef Hem eer!
Juich aarde, juich alom den Heer‘, Dient God met blijdschap, geeft Hem eer; Komt, nadert voor Zijn aangezicht; Zingt Hem een vrolijk lofgedicht.


