Tags
duivel, hoogmoed, nederigheid, ootmoed, vlees, wapenrusting, wereld
Ik kreeg vanavond een mail van een lieve broeder van me, die zei dat hij ‘Bibelstunde’ had gehad in een Duitse gemeente over 1 Petrus 5 vers 8 t/m 11. Hij had tijdens deze Bibelstunde erg mooie gedachten aangereikt gekregen, die hij met me deelde. Wij gaan 1 Petrus 5 ook behandelen, een perfecte aanvulling op de eerste brieven van 1 Petrus. Afgezien van het lijden dat de gemeente zal ondervinden in de eindtijd (zie blog over 1 Petrus 4), moeten gelovigen hun drie grote vijanden het hoofd bieden: de wereld, het vlees, en de duivel. Hierover zal het gaan, lees alsjeblieft eerst 1 Petrus 5 goed door.
In de eerste paar verzen van dit hoofdstuk gaat het over geestelijke leiders. Petrus waarschuwt ze en zegt dat leiders herders zijn, die de schapen moeten leiden en niet voortdrijven! Geestelijk leiders komen in de verleiding om te handelen als de wereld en ‘de baas te spelen’ over Gods kinderen (zie Mattheüs 20: 20-28). Petrus zegt dat onze dienst bereidwillig en nederig moet zijn, zoals vers 2 aangeeft: we moeten graag anderen willen helpen.
Ja, en dan komt er nog een leuke aanvulling, Petrus gaat verder met iets waar we van nature niets van willen weten (vers 5): ‘Jongeren, onderwerp u aan de oudsten. Zijt elkaar onderdanig, zijt met ootmoedigheid gekleed’. Oftewel: in omgang met elkaar moeten we altijd de minste willen zijn. Dit gaat rechtstreeks tegen ons vlees in, toch? Ja, het staat er echt, de statenvertaling zegt heel mooi dat we ‘met nederigheid omgord’ moeten zijn. Deze woorden herinneren ons aan onze Heiland, toen Hij Zich omgordde met een linnen doek en de voeten van Petrus waste. Dit lezen we in Johannes 13, waarin Hij weer ons grote voorbeeld is. Jezus zegt in vers 15: ‘Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb’. Als we onderworpen zijn aan de Heer, zullen we ons ook onderwerpen aan Zijn kinderen. Hoogmoed leidt tot schaamte. God keert Zich tegen hoogmoedigen, zegt vers 5, maar aan nederigen schenkt Hij Zijn genade.
We lezen door en komen bij vers 8. Hier gaat het over de duivel. De duivel is geen vriend, dat mag duidelijk zijn. De duivel is een tegenstander. Hij wordt vergeleken met een brullende leeuw, niet met een speels schoothondje. Hij verlangt ernaar je te verslinden. Wees op je hoede! Petrus dacht dat hij in staat was om de vijand te verslaan en sloeg dus geen acht op de waarschuwing van de Heer, zie Lukas 22: 31-34. Dit had mislukking en schaamte als resultaat. Wij kunnen door het geloof weerstand bieden aan de satan. Hoe? Draag je wapenrusting en vertrouw op de Heilige Geest (Efeze 6: 10-20).