Tags

, , ,

“Maer wacht u van de valsche Propheten, dewelcke in schaeps-kleederen tot u komen, maer van binnen zijnse grijpende wolven”. Mattheüs 7 vers 15.
De apostel Petrus waarschuwt de gelovigen voor de valse leraren in dit hoofdstuk. De valse leraren, die vele mensen zullen verleiden en in de gemeente verderfelijke afwijkingen in de leer zullen invoeren. Wolven in schapenvacht, die stil en geniepig de lammerenkooi zijn binnengedrongen. Wolven, die ook niets anders willen dan je grijpen. Wolven, die je ten gronde willen richten. Petrus waarschuwt ernstig tegen deze wolven, deze valse leraren, die hij vergelijkt met honden en varkens die uiteindelijk teruggaan naar hun natuurlijke gewoonten: honden naar hun uitbraaksel, en varkens naar de modder (laatste vers).

De beschrijving van valse leraren, die Petrus geeft, is duidelijk genoeg om je te helpen hen te herkennen. Lees hoofdstuk 2 eens door, en kijk hoeveel kenmerken er opgesomd worden. We moeten hun valse leer verwerpen, evenals hun levenswijze en de huichelarij die erachter schuilt. Ze bedienen zich van bedrog (vers 13), we moeten Gods Woord goed kennen en ons onderscheidingsvermogen gebruiken als we hun indrukwekkende taal (vers 18) en hun verleidelijke beloften (vers 19) horen.

Er staat in vers 14 dat ze uit zijn op lichamelijk genot (‘hun ogen zijn vol overspel’), en financieel gewin (‘ze hebben hun hart geoefend in hebzucht’). We weten vanuit Gods Woord dat mensen die doelen op voorgaande zaken, als eindbestemming het oordeel hebben: kinderen van de vervloeking zijn het. Het zijn dus geen schapen van God, het zijn honden en varkens. Wat honden en varkens doen, heb ik je al gezegd. Wat doen echte schapen van God? Die houden zichzelf schoon, omdat ze de Herder volgen.

Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. En Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken. Johannes 10: 27, 28