Worden ze in 2 Petrus 2 wolven in schaapskleren genoemd, hier noemt Petrus ze spotters: de valse leraren, die het Woord van God belachelijk willen maken als ze met hun slinkse bedoelingen en leugens geen succes boeken (vers 3). ‘Waar is de belofte van Zijn komst?’, zullen ze spottend zeggen. Ze willen hoe dan ook ervoor zorgen dat wij vergeten dat het Woord dat ze bespotten, Gods heelal bestuurt (vers 5). God schiep alles door Zijn Woord, vers 6 spreekt over de zondvloed. In de daarop volgende verzen, vers 7 t/m 10, wordt over de dag des Heeren gesproken… waarop er een oordeel van vuur de gehele goddeloze wereld zal verbranden.
De Heere vertraagt de belofte niet, zegt vers 9, in tegenstelling tot de misselijke woorden van de spotters. Nee, integendeel, Hij zal zeker komen, maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat ALLEN tot bekering komen. We moeten het geduld van de Heere als onze zaligheid beschouwen, zegt vers 15, en de dag van de komst (of de komst van de dag?) van de Heere verwachten en ernaar verlangen (vers 12). Hoewel, ‘moeten’… Petrus gaat ervan uit, gezien de woorden waarmee vers 12 en 13 beginnen, dat we verwachten en verlangen. Wij verwachten nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont. Daarom, terwijl u, deze dingen verwacht, beijver u om onbevlekt en smetteloos door Hem bevonden te worden in vrede.
Petrus benadrukt het in vers 17 nog een keer: ‘Wees op uw hoede’. De valse leraars en spotters proberen je het Woord van God af te nemen. Ze proberen je te beroven van je toekomst. Zij, de valse leraars en spotters, mensen die geen hoop hebben voor de toekomst, en geen levensdoel in het heden. Nogmaals: Wees op je hoede!
Ik, Arend, verwacht nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, ik verlang naar de dag dat mijn Verlosser Jezus Christus zal komen. Zeker en gewis! Ik verwacht Hem, Diegene, Die toekomt alle lof, eer, en aanbidding. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als in de dag van de eeuwigheid. Amen!?
Amen!