Na een lange tijd van inactiviteit, door onder andere het overlijden van mijn vader, mijn huwelijk (02-09) en alles daaromtrent, probeer ik langzaamaan weer de draad op te pakken wat betreft het schrijven van blogs. Ik was gebleven bij Jakobus 5, het hoofdstuk waarmee Jakobus zijn zendbrief afsluit.
Dat Jakobus in de Jakobus-brief graag ‘aandringt’ tot een christelijke (levens)wandel, blijkt wel uit de eerste vier hoofdstukken die behandeld zijn. Hij schrijft echt heel praktisch en concreet hoe we ons geloofsleven in praktijk moeten brengen. Ook in hoofdstuk 5 windt hij er geen doekjes om. Hij valt gelijk met de deur in huis en laat ons nadenken over welke dingen God in ons leven wil zien, in deze laatste dagen voor de komst van de Heer. Misschien klinken de woorden ‘aandringen’, ‘moeten’ en ‘God wil zien’ je niet al te lekker in de oren, maar het heeft alles te maken met prioriteiten in jouw leven. Lees de eerste zes verzen maar eens goed door: Leef jij om jezelf te verrijken? Heb jij schatten verzameld in de laatste dagen (vers 3)? Ben je je weelde/ rijkdom te buiten gegaan, en heb je je lusten gevolgd (vers 5)? Jakobus kan daar maar één ding van zeggen: Leven om jezelf te verrijken is jezelf beroven van de ware rijkdom. In 1 Timotheüs 6 schrijft Paulus dat degene die rijk wil worden in verzoeking valt en terecht komt in een strik van dwaze en schadelijke begeerten (vers 9). Begeerten die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang, zoals Jakobus beschrijft in de eerste verzen van Jakobus 5.
Helaas ben ik recent (afgelopen maanden) nog in zo’n verzoeking terecht gekomen en is er flink aan me getrokken. Samen met mijn huidige vrouw had ik het verlangen om te trouwen en waren we vol enthousiasme bezig met het zoeken naar een huis en het regelen van dé dag. Hoewel we beiden het verlangen hebben om ons leven geheel en al toe te wijden aan de Heere, vonden we het toch ook wel nodig dat we er flink warmpjes bij zaten. We hadden een aantal huizen bezocht, en na een aantal bezichtigingen hadden we onze zin gezet op een behoorlijk ruim huis die geheel gerenoveerd aan ons opgeleverd zou worden, anderhalve maand voor ons trouwen. Ons gebed aan God met de vraag of Hij ons een huis wilde schenken (zodat we toch echt keuzes maakten die waren naar Zijn wil), veranderde al snel in de gedachte dat God ‘ons toch ook een goed verstand had gegeven waarmee we als kinderen van Hem toch ook wel zelf keuzes mochten maken zolang we maar in het centrum van Zijn wil leefden’. Uiteindelijk liep een kwartier voor ondertekening van het koopcontract alles in het honderd, en verbaasden we ons (op de terugweg naar huis) over het feit dat er geen teleurstelling maar juist vrede in ons hart kwam. We werden ons ervan bewust dat we dreigden te vervallen in dwaze/ aardse begeerten waarover Paulus en Jakobus 2000 jaar geleden al schreven. Die begeerte die ons echte doel om in Rotterdam te wonen probeerde teniet te doen: ‘in Rotterdam wonen om andere mensen tot zegen te zijn’.
Inmiddels heeft God ons geplaatst in een villa (als we met z’n tweeën zijn dan) waar we met vrede in ons hart mogen wonen.
De boodschap van God aan ons was duidelijk. Laat het voor jou ook een boodschap zijn. God weet wat je nodig hebt en Hij zal erin voorzien als je Mattheus 6 vers 33 in praktijk brengt. Leven om jezelf te verrijken komt slechts ellende van.
Naast het leggen van prioriteiten roept Jakobus ons op tot geduld. We moeten geduldig zijn, niet tegen elkaar zuchten. ‘Want’, zegt vers 8, ‘de komst van de Heere is nabij’. Nogmaals: wees lankmoedig (= geduldig), versterk je hart…de komst van de Heere is dichtbij! Laat je ja ja zijn en je nee nee. Zaai het goede zaad, dan zul je uiteindelijk een rijke oogst aan zegeningen binnenhalen. Buiten anderen je uit? Blijf geduld houden: de Rechter staat voor de deur (vers 9). Blijf volharden (vers 11), net als Job. Als je door beproevingen gaat, troost je dan met de gedachte dat God Dezelfde is als Die Hij bij Job was: vol ontferming en barmhartig. Blijf in gedachten houden dat God nog steeds op de troon zit.
En wat erg belangrijk is in deze dagen: gebed. Zie de verzen 13 t/m 18:
- Is iemand onder ons in lijden? Laat hij bidden.
- Gebed voor een zieke, vers 14.
- Gebed om vergeving, verzen 15 en 16.
- Gebed voor je naasten, vers 16.
- Gebed voor het weer, zoals Elia deed in de verzen 17 en 18.
Gebed kan voorzien in elke behoefte en elk probleem oplossen.
Jakobus beëindigd zijn brief met te benadrukken dat we zorg moeten hebben voor mensen (vers 19, 20). Datgene waar Hij ons (Lisanne en ik) op gewezen heeft door ons het verlangen te geven om in Rotterdam te wonen, en waar satan er als de kippen bij was om zijn pijlen met dwaze/ aardse begeerten op ons af te vuren. De troost, óók in deze situatie: GOD ZIT OP DE TROON en spreekt opnieuw tot ons door de woorden van Jakobus die het belang van de persoonlijke zorg voor anderen in de laatste verzen aanhaalt. Dit zagen we ook al in hoofdstuk 1 vers 27 (wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking), in hoofdstuk 2 verzen 1 t/m 4 (het behandelen van mensen zonder onderscheid te maken) en 14 t/m 16 (het geven van wat het lichaam van iemand zonder eten en kleding nodig heeft).
Hoe zit dat met jou? Ben jij in staat om in de praktijk te brengen waartoe Jakobus ons in voorgaande zinnen oproept? En wat betreft de laatste verzen van dit hoofdstuk: Merk jij wanneer een mede-gelovige afdwaalt? Trek je je dat aan? Probeer je hem of haar te helpen?