Tags
Christus keerde terug naar de heerlijkheid die Hij tevoren had bij de Vader. Als onze overwinnende Middelaar en Verlosser ontving Hij in de hemel een plaats, zo hoog van waardigheid en macht, als onze geest zich die maar kan voorstellen. Daar is Hij gezeten, niet werkloos, maar doende in het voortzetten van hetzelfde gezegende werk waarvoor Hij stierf aan het kruis. Daar leeft Hij om altijd een Voorspraak te zijn voor allen die door Hem tot God gaan. Zo kan Hij hen volkomen zaligen (Hebr. 7: 25).
Hier is een krachtige vertroosting voor alle oprechte christenen. Ze leven in een zondige wereld. Ze maken zich vaak zorgen om een heleboel dingen en raken door hun eigen zwakheid en gebreken heel erg gedeprimeerd. Ze leven in een stervende wereld. Ze hebben het gevoel dat hun lichaam geleidelijk aan achteruitgaat en bezwijkt. Wat zal hen dan troosten? Zij moeten leunen op de gedachte aan hun Zaligmaker in de hemel, Die nooit sluimert, nooit slaapt en altijd gereedstaat om te helpen. Ze moeten bedenken dat, hoewel zij slapen, Jezus waakt. Al geven zij het op, Jezus wordt nooit moe; al zijn zij zwak, Jezus is almachtig, en al sterven zij, Jezus leeft voor altijd!
Onze Zaligmaker is een werkelijk levende Persoon, ook al zien we Hem niet. We reizen verder, naar een woning waarheen onze beste Vriend eerst is gegaan om ons plaats te bereiden. De Voorloper is binnengegaan en heeft alle dingen bereid. Het is geen wonder dat Paulus uitroept: ‘Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt’ (Romeinen 8: 34).